logo[26]
Zambia per Land Cruiser: binnen 45 minuten door de grens en daarna wordt het pas écht interessant

Zambia per Land Cruiser: binnen 45 minuten door de grens en daarna wordt het pas écht interessant

We hadden ons ingesteld op een lange dag. Water klaarstaan, ruime tijdsbuffer, mentale voorbereiding. Maar de grens met Zambia bleek een van de soepelste van de hele reis  en dat terwijl we Zambia per Land Cruiser binnenkomen, met alle papieren, carnets en verzekeringsgedoe van dien.

De grensovergang die wél meeviel

Aan de Namibische kant zijn we binnen vijf minuten klaar. Een stempel, een glimlach en we mogen door.

Aan de Zambiaanse kant wisselen we eerst euro’s om naar Kwacha. Bij de healthcheckbalie worden we zonder vragen doorgewuifd  blijkbaar zien we er gezond genoeg uit. Immigratie: vijf minuten. Dan door naar customs voor de auto.

Voor het eerst gebruiken we onze Carnet de Passage. Buiten worden de chassisnummers gecontroleerd, maar het motornummer slaat ze over. De officier kan het nooit vinden, vertelt ze lachend. We betalen wegenbelasting en lopen door naar Interpol. De agent wordt gebeld en is tien minuten later aanwezig. Er wordt wat gezellig gekletst, onze police clearance krijgt een stempel, en daarna krijgen we alle papieren netjes terug.

De hele grensovergang: nog geen 45 minuten. We hadden dat totaal niet verwacht. Met een grote glimlach rijden we Zambia binnen.

Eerste indrukken: zwaaien zonder bijbedoeling

Vrijwel meteen merken we het verschil met Namibië en Botswana. Mannen én vrouwen werken op het land. De wegen zijn opvallend schoon. En overal zwaaien mensen naar ons  volwassenen en kinderen, allemaal even enthousiast, en zonder dat er om geld gevraagd wordt.

Onderweg stoppen we bij een kraampje met vetkoek. Die willen we natuurlijk ook in Zambia proberen. Alleen hebben we groot geld en de verkoopster heeft geen wisselgeld. Er blijkt verderop een winkeltje te zijn, dus trekken we onze wandelschoenen aan en lopen er samen met haar naartoe. Even later betalen we. De vetkoek smaakt precies zoals in andere landen.

Miranda koopt vetkoek

Nakawa Community Camp: kamperen voor een school

We overnachten bij Nakawa Community Camp  een camping midden in een traditioneel Zambiaans dorp. De opbrengst gaat volledig naar de basisschool op het naastgelegen terrein. De school is opgericht door het dorpshoofd en zijn vrouw en telt 125 leerlingen. Sommige kinderen wonen wel twintig kilometer verderop, maar sinds kort is er een bus die hen ophaalt en thuisbrengt.

Een van de dorpsbewoners, Margaret, kookt traditioneel eten voor ons. Ook die opbrengst gaat naar de school. We eten rustig, spelen een potje Triominos en kruipen vroeg in bed.

School
School bij camping

Livingstone, COMESA en een kappersstoel in een container

In Livingstone regelen we onze COMESA-verzekering. De verzekeringsman heeft niet alle juiste documenten bij de hand, maar die kunnen we de volgende dag in Lusaka ophalen. Geen probleem. We kopen simkaarten en pinnen geld. Opvallend hoeveel hier nog contant wordt betaald.

We rijden verder richting Lusaka en stoppen in Choma, waar we bij een lodge mogen kamperen. ’s Avonds lopen we het stadje in. Overal worden we gegroet en mensen maken graag een praatje.

Raimundo gaat nog even naar de kapper. Een container langs de kant van de weg, een grote stoel en stompe scharen  maar het resultaat is prima. Voor er geknipt kan worden moet eerst elektriciteit worden gekocht. Na het betalen van 60 Kwacha (€3,-) lopen we terug. We eten, doen de afwas en vallen onder het getik van de regen in slaap.

Lusaka: heerlijke chaos  en officieel meegewerkt aan corruptie

Lusaka begroet ons met drukte. Auto’s, brommers, voetgangers, alles door elkaar. Wat een heerlijke chaos.

Dan worden we aangehouden door de politie. We blijken ergens rechtdoor te zijn gereden waar dat niet mocht. Volgens de agente hebben we een aanwijzing genegeerd. Na uitleg begrijpen we wat er misging.

We krijgen een boete die we op het politiebureau mogen betalen. Maar omdat we graag snel door willen, kan het ook “ter plekke”. De boete: 600 Kwacha (€23,-). We wachten even. Dan komt de agente terug en vraagt Miranda mee te komen. Ze stapt in een busje met drie onbekende mannen. De boete wordt betaald en een paar honderd meter verder mag ze weer uitstappen  met de beste wensen voor 2026.

Terug bij Donkey zegt Miranda bij het openen van het portier:

“We hebben officieel meegewerkt aan corruptie, maar we kunnen wel doorrijden.”

COMESA: tweede poging

Bij het verzekeringskantoor in Lusaka ligt onze [INTERNE LINK: COMESA-verzekering → landenpagina Zambia of verzekering-pagina] klaar  maar het kenteken en de landen kloppen niet. Ook staan er gewoon fouten op het document. De agent in Livingstone had niet heel goed opgelet. Na ruim een uur wachten hebben we correcte papieren in handen.

We verblijven een paar nachten bij Dylan op zijn boerderij aan de rand van Lusaka en mogen in zijn tuin kamperen. ’s Avonds zitten we rond het vuur en luisteren naar zijn verhalen. En: we mogen zijn wasmachine gebruiken. Wat een luxe. Voor vertrek laten we op zijn verzoek een boodschap achter op de muur van het toiletgebouw.

Onderweg vragen we ook onze visa voor Tanzania aan. Dat kost ruim een uur. Daarna rijden we verder richting het noorden, langs de grens met de DRC. De sfeer verandert merkbaar. Kinderen slaan met stokken naar Donkey en er wordt veel om geld gevraagd. Bij een police checkpoint horen we dat dit vluchtelingen uit de DRC zijn. Het verklaart veel.

Lake Bangweulu: nshima, een motortaxi en een waterval die het niet waard was

In Samfya, aan Lake Bangweulu, zijn de accommodaties vergane glorie  maar kamperen is prima. We lopen naar de lokale markt, die iets verder blijkt dan gedacht. We eten nshima met worst. De lokale jongens vinden het zichtbaar leuk om twee blanken in het winkeltje te zien. Engels spreken ze nauwelijks. Dit is een van de armere regio’s van Zambia. Kinderen gaan vaak alleen naar de basisschool en helpen daarna op het land.

Markt Somfiya